Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Zondag 28 december


Tempels, kleurrijke huisjes en Nubische koffie

Vorige dag Volgende dag

5.00 uur. Herrie. De wekker gaat. Ik zit rechtop in bed. Al foeterend op Martijn, die zal zijn alarm wel weer niet uitgezet hebben, ga ik op de tast op zoek naar de snooze-functie op de telefoon. In het donker druk ik op elk knopje dat op mijn weg komt, maar de pokkeherrie blijft maar doorgaan. Dan, als de hersencellen zich inmiddels weer wat gerangschikt hebben in mijn hoofd, dringt vervolgens door dat de herrie niet vanaf het nachtkastje vandaan komt, maar van buiten; de nasale stem van de muezzin galmt door de straten en roept op tot het ochtendgebed… Met het kussen over mijn hoofd probeer ik mijn slaap weer te vatten, maar het aanhoudende vreselijk irritante gezang doet me alleen maar meer opwinden waardoor ook het laatste restje slaap als sneeuw voor de zon verdwijnt. Grrrr.

Een aantal uren later zijn we er klaar voor; we gaan vandaag tempels kijken. Als eerste hebben we de tempel van Isis gepland en aangezien die een eindje weg ligt van Aswan, houden we een taxi aan. De wrakkige taxi blijkt minstens net zo oud te zijn als zijn baasje, Abdulla. Bij gebrek aan schokbrekers en remmen zwaait, zwoegt en zwabbert het gammele en rammelende gevaarte over de bochtige asfaltweg. Zittend met zijn kin op het stuur drukt Abdulla zijn Arabische neus tegen de voorruit in de hoop de talloze ezelkarren en calèches op tijd te kunnen ontwijken. Af en toe gepaard gaande met een brede glimlach van oor tot oor waarbij zijn 3 tanden parmantig in de lucht steken. Daarbij wordt er elke tien seconden luidruchtig op de toeter geharkt; ook al is er niemand te zien. Zonder toeter nl. geen Abdulla.

Na een enerverende rit van een kwartier bereiken we Shellal, vanwaar we een taxibootje nemen naar het eilandje Philae in het midden van de Nijl. Het complex heeft grote bekendheid gekregen doordat het helemaal in stukken is gesneden en iets verderop is geplaatst op een hoger gelegen eiland. De tempel stond al sinds de bouw van de dam in het begin van de twintigste eeuw gedeeltelijk onder water, maar dreigde helemaal in het water te verdwijnen bij de aanleg van de Aswandam. Door UNESCO werd hij van de ondergang gered en nu staat het complex op de werelderfgoedlijst.

We worden afgezet bij het oudste gebouw van het eiland, de Kiosk van Nectanebo. Van hier voert een lange zuilenrij ons naar de Tempel van Isis, de belangrijkste bezienswaardigheid van dit complex. Op de eerste pyloon, die erg mooi is, zijn scènes gebeiteld waarop de farao zijn vijanden op hardhandige wijze afslacht. Het valt op dat de reliëfs, die we overigens overal op het complex terugvinden, uitermate nauwkeurig gemaakt zijn met diepe lijnen.

Maar er valt ons nog wat op. We zien hier eigenlijk voor het eerst ook een hoop toeristen. Als je in de straten van Aswan of op de bazaar loopt, of in de restaurantjes kijkt, dan zie je amper een toerist. Nu blijken er toch heel wat te zijn. Hmmm, ik heb zo’n idee dat de cruiseschepen daar verantwoordelijk voor zijn; die leggen aan bij alle belangrijke culturele steden, rijden een bus voor die langs alle bezienswaardigheden rijdt om vervolgens de mensen weer netjes af te leveren om aan te schuiven aan het diner. Niks geen terrasjes, of gezellige Egyptische restaurantjes, nee de cruiseschipbewoners zijn van het type all inclusive en komen dus amper hun boot af. Zij liever dan ik.

Nadat we het complex van binnen en van buiten hebben bekeken, nemen we een taxibootje terug naar de oostoever van de Nijl en rijden we met de taxi terug naar Aswan. Hier nemen we voor het buitensporige bedrag van welgeteld 1 pond per persoon (15 cent) de lokale veerboot naar Elefantine eiland. Het nadeel (of voordeel in sommige gevallen) van het reizen met een lokale veerboot is dan wel dat je gescheiden moet zitten; mannen en vrouwen hebben ieder een apart gedeelte in de boot waar ze moeten zitten. En daar zit ik dan, oog in oog en samengedrukt tussen zo’n 10 Egyptische uitvoeringen van een Amerikaanse Big Mama.

Goed, na een paar minuten staan we op Elefantine eiland, het oudst bewoonde deel van Aswan. We besluiten de twee Nubische dorpjes te gaan bekijken op het eiland. Tegenwoordig is Nubië een gebied in het zuiden van Egypte en in het noorden van Sudan. In oude tijden was het echter een onafhankelijk koninkrijk en vazalstaat van Egypte. Toen als gevolg van de aanleg van de Aswandam het Nassermeer ontstond, moesten veel Egyptische Nubiërs verhuizen. Een deel van de Nubiërs vestigde zich in Sudan, het andere deel in Aswan.

We struinen wat door de stoffige, maar kleurrijke straatjes, worden onder de voet gelopen door een kudde luid mekkerende geiten en verwonderen ons over de rust die het eiland uitstraalt. Dit komt ongetwijfeld ook door het ontbreken van auto’s wat normaal gesproken heel wat herrie en getoeter oplevert. Het leven lijkt zich hier dan ook nog op dezelfde wijze af te spelen zoals het duizenden jaren geleden ook gebeurde. Maar ondanks de serene rust en de kleurrijke huisjes stralen de dorpjes armoede uit; kinderen met vieze zanderige snoetjes bedelen om geld, honden en katten scharrelen tussen het afval wat her en der verspreid ligt en verkopers hangen loom voor hun kraampjes te wachten op die ene toerist die iets bij hen wil kopen.

Na enige tijd te hebben rondgedoold op het eiland nemen we de veerboot weer terug en besluiten we een High Tea te gaan nemen bij het luxueuze en wereldberoemde Old Cataract Hotel. Eenmaal aangekomen bij het hotel doet de portier ons de heugdelijke mededeling dat het hotel gerenoveerd wordt en gesloten is voor 2 jaar. Balen, en dus zoeken we in ons handboek, de Lonely Planet uiteraard, naar een geschikt alternatief. Zo belanden we even later in een knus restaurantje aan de Nijl waar Martijn zich laat verrassen met een Nubische koffie en ik een ‘veilige’ muntthee neem.

De Nubische koffie blijkt nog een verhaal apart; Martijn krijgt een mini kop en schoteltje voorgeschoteld, waarbij het kopje omgekeerd op het schoteltje staat. Onder het kopje bevindt zich wierook dat het aroma van de koffie moet versterken. Daarna wordt er een houten kelk met daarin gloeiende kooltjes en wierook gebracht. In de kelk zit een aardewerken kannetje waar de koffie in zit. Aan de koffie zijn een aantal specerijen toegevoegd, waaronder kaneel en kruidnagel, waardoor een speciale smaak ontstaat. In het tuitje van het kannetje zitten een soort takjes gestopt wat als zeefje moet dienen, zodat de drab die in de koffie zit tegengehouden wordt. Alleen het ritueel maakt de koffie al bijzonder en het blijkt dan ook nog eens goed te smaken!

’s Avonds eten we nog een heerlijke Egyptische Daoud Basha (gehaktballetjes in een tomatensaus), we lopen nog een keer over de bazaar om vervolgens vroeg naar bed te gaan. Morgen worden we nl. om 3.15 uur opgehaald om met het vroege konvooi van 4.00 uur naar Abu Simbel te gaan…

 

Vorige dag Volgende dag