Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Vrijdag 26 december


Op een woestijnschip

Vorige dag Volgende dag

Vandaag gaan we kameeltje rijden! Of eerder gezegd dromedarisje rijden, aangezien we toch echt op de éénbultige variant zitten. Maar blijkbaar kennen alleen wij Nederlanders het verschil, in het buitenland worden de dromedarissen steevast “camel” genoemd. En dus gaan we vandaag KAMEELrijden.

Een kameel is ongeveer drie meter lang en 190 tot 230 centimeter hoog en het dier weegt tussen de 450 en 700 kilogram. Hij heeft een lange, gebogen hals en lange poten, die eindigen in twee tenen. De vachtkleur varieert van wit tot bruin. Op de ellebogen, de knie- en zoolgewrichten en op het voorhoofd zitten eeltplekken, die 7 mm dik zijn en bestaan uit een flexibel, verhoornd vlies. Kamelen lopen vaak in telgang, waarbij de poten aan de ene kant tegelijk naar voren of naar achteren bewegen. Daardoor ontstaat de schommelende beweging waaraan het dier zijn bijnaam dankt: het schip van de woestijn.

Door één van de bedoeïenen word ik aandachtig aan een soort van keuring onderworpen waarna ik mijn kameel toegewezen krijg. Dé ferrari onder de kamelen als ik de beste man mag geloven. Had ik nou net liever een Toyota Landcruiser ofzo gehad; wat moet je in hemelsnaam met een ferrari in de woestijn...?

Ik neem wat onhandig plaats op het scheef staande zadel en op commando ontvouwt mijn kameel zijn knokige lange benen onder zich en tracht te gaan staan, wat schijnbaar nog niet echt mee valt. Als iedereen zijn plaats heeft ingenomen op zijn of haar woestijnschip komt de groep langzaam in beweging. Niet iedere kameel heeft een persoon op de rug en er lopen ook kleintjes mee die sowieso geen last dragen. Ze zijn erg koddig om te zien. Kamelen hebben toch al zo’n verleidelijke oogopslag door die lange wimpers en de snoetjes zien er bijna kusbaar uit. Als ze hun bek dichthouden dan, want van de scheve bruine tandenrij word je niet bepaald wild...

Gestaag kruipen we vooruit, erg snel gaat het niet, maar snel genoeg naar mijn idee. Ik schommel behoorlijk op en neer en elke keer als mijn ‘ferrari’ het op een drafje zet waan ik me in een deinende deux chevaux zonder schokbrekers. Mijn kameel blijkt daarbij ook nog eens een echte kletstante te zijn, die overal een keer een babbel wil doen; ik zit aan de zijkant, in de kopgroep, achterin de meute, los van de groep en vervolgens weer aan de andere zijkant. Martijn zijn kameel niet; die heeft een andere leuke bezigheid gevonden en wel de andere kamelen bijten. Ik ben blij dat ik niet in zijn buurt rijd, in gedachten zie ik mijn gebeten kameel al een sprintje trekken om vervolgens in gestrekte draf de groep voorbij te stuiven... Nou nee, daar pas ik voor.

Bovendien wordt al snel duidelijk dat niet alleen de Egyptenaren, maar ook de kamelen een knap staaltje van Egyptisch rijden beheersen! Bij een nauwe doorgang, bijv. als er aan weerszijden duinen of rotsen liggen, moet onze groep van minstens 30 kamelen invoegen en dat gaat gepaard met het nodige beukwerk. Beelden van het rijden in Caïro komen weer boven, daar was het ook ieder gaatje opvullen onder luid getoeter. Hier dan geen getoeter, maar geloof maar dat ook de kamelen van zich laten horen! Onder een luid protest van gerochel en geprut (zowel van voren als van achteren) laten ze horen dat ze eraan komen, en ook hier maakt het allemaal weinig indruk, “just like the Egyptians”.

Na ruim een uur te hebben geschommeld en gebeukt stappen we na een zeer elegante afdaling met kameelzadelpijn weer op vaste bodem. Een leuke ervaring, maar het uur waarvan ik van te voren dacht dat het wat kort was, is bij deze officieel als genoeg bestempeld.

We laten onze verkrampte spieren (het valt niet mee om je benen te moeten laten bungelen) op het terras in de zon wat bijkomen en we leuten wat aan een muntthee.

Rond de middag is het weer tijd om te vertrekken richting de volgende oase; Al-Kharga. Maar eerst gaan we nog naar het Islamitische dorpje Balat. Balat is een mooi gekleurd en charismatisch dorpje en we vragen ons af waarom de meeste toeristen aan dit dorpje voorbij gaan. We lopen wat rond in de fotogenieke straatjes en al gauw worden we bedolven onder nieuwsgierige kinderen die die vreemde snuiters wel eens eventjes van dichtbij willen bekijken. Tot zover nog leuk. Minder leuk wordt het als een van de kinderen ontdekt dat het wel erg grappig is om op het laatste moment voor de camera te springen; een nieuw spel is geboren en binnen luttele seconden hebben alle kinderen van het dorp zich verzameld om zich een voor een voor mijn camera te werpen. Met als gevolg dat mijn foto’s van de mooie straatjes en huisjes allemaal ‘verpest’ worden door handen of halve hoofden die op de foto staan. Martijn, die al een paar straten verder loopt, heeft (nog) nergens last van, maar al snel ben ik het helemaal zat en besluiten we te gaan.

We rijden verder en na een tijdje gaat onze chauffeur ineens off road. Hij doet geheimzinnig en heeft ons blijkbaar iets speciaals te laten zien. Een paar minuten hobbelen later komen we erachter wat dat speciaals dan is; prachtige geel, oranje en rood gekleurde rotsen doemen voor ons op. We houden hier een korte stop voor foto’s en gaan weer richting Al-Kharga, de grootste oase in de Westelijke Woestijn met 75.000 inwoners. Maar wij verblijven niet in Al-Kharga; om precies te zijn rijden we Al-Kharga voorbij om vervolgens te gaan slapen in een bedoeïenenkamp in de Baris-oase.

Onze chauffeur heeft ons een “nice sunset” beloofd (jawel, weer 2 woorden Engels), maar als ik de zon zo bekijk, heb ik er een hard hoofd in. Na een tijdje verlaten we eindelijk de asfaltweg om off road te hobbelen naar ons kamp. Eenmaal aangekomen blijkt dat we dit keer min of meer een vast kamp hebben; er is een afscheiding gemaakt van gedroogde palmbladeren en er staan bedden gemaakt van palmtakken. Het kamp is ingericht, het kampvuur brandt en het eten pruttelt, maar wij haasten ons de duinen op om misschien toch nog een glimp op te vangen van de ondergaande zon. Helaas, we zijn te laat, maar de lucht is evengoed erg mooi om te zien. We kijken naar een schouwspel van wolkjes die van wit, naar grijsblauw, zalmroze, oranjerood en tot slot naar lichtpaars verkleuren, werkelijk schitterend. Dat we niet alleen naar boven moeten kijken blijkt even later; een reusachtige tor die af en toe hoog op zijn poten gaat staan (misschien om over de zandgolfjes te kijken?) is druk bezig zijn weg te zoeken in de immense zandmassa. Gefascineerd volg ik de tor een tijdje; onverstoorbaar beklimt hij zijn duintjes, je zou er bijna medelijden mee krijgen als je weet hoeveel duintjes hij nog te gaan heeft…

Het wordt snel donker en we keren terug naar ons kamp in the middle of nowhere. Er komt een heerlijke geur vanuit de ‘keuken’ en we zijn benieuwd wat we vandaag voor verrassends voorgeschoteld krijgen. Dit keer een ander culinair hoogstandje; we krijgen linzensoep en de kip is vervangen voor stoofvlees! Maar natuurlijk wel begeleid door de vertrouwde rijst, bonen en brood, die kunnen uiteraard niet ontbreken. De soep, het vlees en de rest smaakt ons werkelijk goed en het grootste gedeelte gaat dan ook op. De rest van de avond brengen we door rondom het warme kampvuur en daarna kruipen we in onze slaapzakken. We liggen dit keer dus op de bedden gemaakt van palmentakken en als ik eenmaal lig priemen er een paar stevige takken in mijn rug. Hmmm, het liggen op het zand was toch wel wat fijner. Hoewel de verleiding groot is waag ik me toch niet op het zand, want de verhoogde bedden zijn er niet voor niets; er blijken slangen te zitten en ik zit niet te wachten op een slang die mijn slaapzak voor een lekker warm holletje aan ziet…

Deze nacht heb ik wat meer moeite in slaap te komen, want het is koud, erg koud. Ik kruip zo ver mogelijk mijn slaapzak in en omdat mijn tenen bevroren lijken te zijn overweeg ik nog even om mijn voeten te gaan warmen aan de nog gloeiende kooltjes van het kampvuur, maar ik krijg mezelf niet zo ver om ook daadwerkelijk uit mijn toch wel redelijk warme slaapzak te gaan. Nog even doorzetten dus, en na enige tijd val ik dan toch moeizaam in slaap.

 

Vorige dag Volgende dag