Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Donderdag 25 december


Kalasjnikov’s, lemen huisjes en bedoeïenenparty’s

Vorige dag Volgende dag

’s Ochtends worden we wakker met de opkomende zon en het knisperende geluid van een brandend kampvuur. We hebben heerlijk geslapen in ons kamp en in onze warme slaapzakken en schuiven aan aan het ontbijt, wat ons dit keer verrassend goed smaakt.

Als we bezig zijn onze spullen op te ruimen zien we ineens heel veel sporen lopen. Blijkbaar is er vannacht een woestijnvosje bij ons kamp geweest op zoek naar iets lekkers, wel jammer dat we hem niet hebben gezien. En we zien allerlei kleine pootafdrukjes, zelfs het slingerende spoor van een slang! Er is dus meer leven in de woestijn dan je in eerste instantie zou denken...

We nemen afscheid van de bedoeïenen en verlaten de Witte Woestijn. We rijden door naar de Farafra-oase, maar voordat we daar aankomen moeten we natuurlijk eerst weer door de vele politiecontroles. Tijdens de gehele woestijntocht heb je om de zoveel tijd een politiepost waarbij gegevens genoteerd worden. Zo ook nu weer. De weg wordt versperd door een groot olievat, maar er is vooralsnog niemand te bekennen. Totdat we in de verte een politieagent zien. Hij heeft een angstaanjagend postuur, draagt een indrukwekkend uniform en is voorzien van een afschrikwekkende en volautomatische kalasjnikov. En hij zit te slapen. Onze chauffeur toetert en langzaam ontwaakt de agent uit zijn schoonheidsslaapje. Op zijn elfendertigste komt hij vervolgens aansjokken om bij de post een stoffig, smoezelig en oud uitziend notitieblok te voorschijn te toveren. Onze chauffeur wordt aan een tiental vragen onderworpen, “Waar kom je vandaan? Waar ga je naartoe? Hoe lang blijf je? Hoeveel personen vervoer je in je auto? Wat is hun nationaliteit?”, etc. Knap staaltje bureaucratie als je het mij vraagt, want een aantal kilometers later herhaalt ditzelfde, in onze ogen nutteloze ritueel zich.

Farafra is de kleinste oase en tevens de meest afgelegen oase in de Westelijke Woestijn. De oase heeft zo’n 22.000 inwoners. Eenmaal aangekomen bij de Farafra-oase zoeken we eerst een hete bron op. Maar het warme water dat in een betonnen bak wordt opgevangen oogt niet erg aantrekkelijk en zin om te zwemmen hebben we ook niet echt. En dus beperken we onze wateractiviteit tot wat pootje baden zittend op de rand. Daarna gaan we naar het atelier en tevens museum van een beroemde kunstenaar, Badr. Hij maakt o.a. schilderijen van zand en beelden uit klei die het leven in de oase moeten voorstellen. Het museum is niet groot maar desondanks erg de moeite waard.

Na een drankje, uiteraard muntthee, rijden we weer verder naar de volgende oase; Dakhla. Urenlang rijden we zonder ook maar iemand tegen te komen en als we ten slotte de eerste ezelkarren op de weg tegenkomen is dat een teken dat de bewoonde wereld niet ver weg is. De Dakhla-oase is een grote oase, met in totaal 80.000 inwoners. Wij bezoeken eerst het dorpje Al-Qasr, een middeleeuws Islamitisch dorpje dat bestaat uit scheefgezakte modderhuizen, nauwe stoffige steegjes en donkere gangetjes. Het dorpje is wegens instortingsgevaar verlaten, maar het geeft een goede indruk hoe het leven in de woestijn er vroeger uit moet hebben gezien.

Dan rijden we door naar onze overnachtingsplaats; Bedouin Camp. Het kamp ligt bovenop een heuvel en we kijken uit over de groene Dakhla-oase. De huisjes zijn eenvoudig, maar sfeervol en na het diner, helaas schaft de pot vandaag weer hetzelfde, worden we getrakteerd op een echte bedouin party! We drinken muntthee met zijn allen rond het kampvuur, er wordt gezongen en sheesha gerookt, er is zelfs bier te krijgen – wat niet zo vanzelfsprekend is in Egypte – en tegen het einde van de avond proberen de bedoeïenen de houterige westerlingen in beweging te krijgen op het ritme van hun opzwepende muziek.

 

Vorige dag Volgende dag