Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Woensdag 24 december


Slapen onder de sterrenhemel

Vorige dag Volgende dag

Het wordt een vreselijke nacht door een leger van irritante muggen die het presteren om, ondanks de anti-muggen lotion, toch vervaarlijk dicht bij mijn oren in de buurt te komen. Ontelbare zoekpogingen die vervelende zoembeestjes naar het hiernamaals te helpen met onze Lonely Planet (waar dat ding al niet goed voor is) monden vaak op niets uit, alhoewel de grote rode plekken op de muur anders doen geloven. Uiteindelijk val ik, met een sjaaltje over mijn hoofd tegen het muggenvolk en diep in mijn veel te hete donzen slaapzak gedoken in een onrustige slaap. Tegen de morgen ben ik brak, zeer brak, en het duurt dan ook enige tijd voordat ik me weer een beetje mens ga voelen.

Na een zeer summier en niet smakend ontbijt, begeleid door ontelbare vliegen en opgeleukt met wat zandkorrels in het brood, gaan we op pad. We willen naar het Bawiti museum. Hier liggen een aantal gouden mummies die nog niet zo heel lang geleden gevonden zijn. De ontdekker; een ezel. Een boer was met zijn ezel aan het werk op een akker. De ezel kwam vervolgens met zijn poot vast te zitten in een gat. Toen de boer zijn ezel uit zijn benarde positie wilde bevrijden stuitte hij op het gezicht van een gouden mummie. De beroemdste archeoloog van Egypte werd er vervolgens bij gehaald en zo werd een grootscheeps onderzoek ingesteld. Er werden meer dan 100 mummies gevonden, allen voorzien van een goudlaagje, maar men vermoedt dat het er meer dan 10.000 zijn. Deze mummies liggen nu in het Bawiti museum. Nou ja, museum, een oorlogsbunker is meer het goede woord. We regelen tickets en even later staan we in een kleine hal waar een tiental mummies gedraaid in linnen lappen, in glazen vitrinekasten te bewonderen zijn.

Hierna lopen we naar Qarat Qasr Salim, een weinig bezochte archeologische vindplaats temidden van de huisjes in Bawiti. Op het eerste gezicht zien we niet veel meer dan een kale zanderige vlakte, maar het aanwezig zijn van een politieagent in een hokje en een paar als gids dienstdoende mannen doet anders vermoeden. We worden als enige toeristen hartelijk ontvangen en via een steile trap dalen we vervolgens af in de nauwe schacht van de tombe van Zed-Amun-ef-ankh. De grafkamer is prachtig beschilderd en toont al zijn rijkdommen. De gids doet goed zijn best ons alle plekken van de tombe aan te wijzen en in het Arabisch (!) vertelt hij ons wat het allemaal is en wat de tekeningen inhouden. Als we vervolgens geen snars van zijn verhaal begrijpen en duidelijk maken dat wij geen Arabisch spreken legt hij het nogmaals, maar dan duidelijker en langzamer uit. Maar nog steeds in het Arabisch. En onze gids blijkt te beschikken over een engelengeduld, want hij herhaalt zijn Arabische zinnen net zolang totdat we het snappen. Dit heeft dus totaal geen zin en daarom besluiten we maar te doen of we het begrijpen en herhalen af en toe een Arabisch woord om aan te geven dat we zijn verhaal snappen. Hij tevreden, wij tevreden. De kleurrijke schilderingen in de tombe zijn mooi, maar als we vragen of we mogen fotograferen, dan ontstaat er ineens wat spanning. Zenuwachtig mompelt de gids wat in zichzelf en uiteindelijk maakt hij duidelijk dat we tegen betaling van 20 pond foto’s mogen maken. We hebben een vermoeden dat het dus niet mag, maar we betalen en snel maak ik wat fotootjes, natuurlijk wel zonder flits. Het is duidelijk dat onze gids niet geheel op zijn gemak is en als ik een stuk of 4 foto’s gemaakt heb dan gebaart hij al dat ik mijn toestel weg moet stoppen, wat ik dan ook maar doe.

Als we de tweede tombe bezoeken, die van Bannentiu, loopt er een tweede gids met ons mee. Als ik mijn camera weer wil pakken wil deze gids opnieuw geld zien. Nou vonden we 20 pond betalen om 4 vluchtige foto’s te knippen wel wat veel en daarom maken we duidelijk dat 1 keer betalen wel voldoende moet zijn. Met wat tegensputteren gaan ze dan uiteindelijk toch akkoord. Het graf van Bannentiu blijkt nog mooier en kleurrijker te zijn dan dat van Zed-Amun-ef-ankh, zijn vader, en we wanen ons als Indiana Jones terug in de oudheid.

Rond het middaguur wordt het tijd om Bawiti en de Bahariya-oase te gaan verlaten; we gaan nog een stukje zuidelijker en dieper de woestijn in! En zullen de meeste mensen bij een woestijn denken aan een grote gele vlakte met hier en daar een zandduin dan hebben zij het mis! Voor ons geen gele zandbergen vandaag, maar een zwarte en een witte woestijn!

Nog maar net Bahariya uitgereden en we lijken weer alleen op de wereld. Ik, Martijn, Mohammed en natuurlijk Amr Diab, die opnieuw krakerig door de speakers galmt. De lange rechte, oneindig lijkende streep asfalt lijkt ons feilloos naar onze volgende bestemming te loodsen.

Zo’n 20 km ten zuiden van Bahariya begint de Zwarte Woestijn. Hij ontstond toen de donkere rotsformaties erodeerden door de wind. De piramidevormige bergen zijn bedekt met een laag basaltstenen, die de bergen een zwartgeblakerd uiterlijk geven. We maken een stop en beklimmen een van de bergen vanwaar we een schitterend uitzicht over de woestijn hebben. Zwarte bergen rijzen uit het niets op, met hier en daar wat geel zand dat door de zon een gouden gloed krijgt. De zo goed als rechte asfaltweg ligt als een dropveter dwars door de woestijn, er is in geen velden of wegen een ander voertuig te bekennen. Geweldig!

We rijden weer verder en de volgende stop is de Crystal Mountain, een berg die volledig uit kwarts bestaat. Het kristal glinstert in de zon, sommige stukken lijken net glas en we nemen een paar kleine stukjes mee.

Daarna wordt het landschap steeds bizarder; het zand verandert van zwart naar bruin en geel, met daartussen af en toe wat witte plekken, het is net of het gesneeuwd heeft. Maar in de woestijn regent het nooit, laat staan dat het er sneeuwt, dus dit moet dan het begin zijn van de Witte Woestijn! Naarmate we verder rijden zien we niet alleen witte platen liggen, maar zien we de meest rare kalkformaties voor ons opdoemen; een teken dat we de beroemde Witte Woestijn bereikt hebben. Onze chauffeur gaat voor de gelegenheid off road en al hobbelend rijden we de wondere witte wereld binnen. De wind heeft vrij spel gehad op de kalkrotsen waardoor er allemaal vreemde vormen zijn ontstaan. Met een beetje fantasie zien we paddestoelen, kamelen en vreemde fallussen en in het licht van de ondergaande zon krijgt de lucht allerlei pastelkleuren, variërend van zalmrose tot paars, wat een adembenemende omgeving!

We wachten vanaf een plateau op de ondergaande zon en als we terugkeren naar de auto hebben de bedoeïenen een heus kamp voor ons opgezet, komt er een heerlijke geur van achter de auto vandaan en brandt er een gezellig kampvuur. Dit wordt onze slaapplaats voor de nacht! Al gauw worden we door de duisternis omsingelt maar een voor een verschijnen de sterren om ons wat bij te schijnen. Hoewel het eten eenvoudig is en weinig afwisseling biedt, smaakt het ons heerlijk en zittend op de matjes aan het lage ronde tafeltje genieten we daarna van een heerlijk kopje muntthee. Dit is pas vakantie!

Als we het later toch wel wat koud krijgen verplaatsen we ons dicht rondom het kampvuur waar we de rest van de avond doorbrengen. Heel bijzonder om kerstavond in de woestijn te vieren. Als het tijd wordt te gaan slapen verdwijnen de bedoeïenen in de jeep, onze chauffeur pakt een matje en een deken en gaat bij zijn auto slapen en wij rollen in onze slaapzakken in het voor ons gemaakte ‘bed’, maar we kunnen de slaap niet vatten. We staren naar boven en de sterrenhemel is zo mooi! En de adrenaline stijgt tot ongekende waarden als we een gigantische vallende ster aan ons voorbij zien gaan. Echt eentje volgens het boekje; een mooie goudgele lange streep dwars over de hemel, echt super. Uiteindelijk vallen we in een heerlijke slaap.

 

Vorige dag Volgende dag