Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Dinsdag 23 december


Zand, zand en nog eens zand

Vorige dag Volgende dag

Egypte; het land van de farao’s, het geschenk van de Nijl. De graftombes in de Vallei der Koningen, Abu Simbel, de Tempels van Karnak en niet te vergeten de Piramides van Gizeh; allemaal wonderen ontstaan uit de handen van de Egyptenaren en allemaal gebouwd langs de Nijl, levensader van Egypte. Echter, in de woestijn stond de tijd stil. Daar is de natuur eigenhandig aan de slag gegaan met haar eigen wonderen te creëren; de groene oases, de zwarte woestijn en de bizarre kalksteenformaties in de witte woestijn. En daar gaan wij de komende dagen naartoe! We verruilen het getoeter, de chaos, het geschreeuw en vooral ook de smog vanaf vandaag voor weidse vlakten, oases, rotsen, zand, zand en nog eens zand. We hebben er zin in!

Maar eerst Caïro nog uit. We worden weer opgehaald door dezelfde chauffeur (die van nog geen 2 woorden Engels), Mohammed, en eerlijk gezegd valt me dat toch wel een beetje tegen. Niets over de beste man zelf, we vinden het een aardige man, maar om nou 5 dagen in de woestijn te zitten met iemand wiens taalkennis niet verder reikt dan welgeteld twee buitenlandse woorden lijkt me nou niet echt zo handig…

Onze auto blijkt te zijn voorzien van de meest technische snufjes, zoals de supersonische cassettespeler waarin onze chauffeur een cassettebandje van Amr Diab, Egyptisch populairste zanger, laat verdwijnen. En zo rijden we onder begeleiding van Amr Caïro uit en we merken meteen de tegenstelling; het getoeter en het drukke verkeer laten we achter ons en vrijwel direct rijden we alleen op de weg en is de bebouwing verdwenen. We zitten in de woestijn! Wat een rust en wat een uitgestrektheid, we moeten er wel even aan wennen. Eén minpuntje; de harde wind van gisteren vergezelt ons ook vandaag weer en we worden wederom getrakteerd op een heuse zandstorm! Het zand stuift over het wegdek, we zien geen hand voor ogen en onze chauffeur moet flink snelheid minderen. Krijgen we dat weer... Het zand bedekt grote delen van de weg en omdat het zicht zo slecht is moeten we vervolgens bijna stapvoets gaan rijden. Dit wordt dus een lange dag vandaag en ik houd mijn hart vast voor de rest van de dagen in de woestijn...

Tijdens de rit besluiten we Mohammed eens verder op zijn Engels te testen en we merken dat onze nette Engelse volzinnen totaal geen nut hebben. Onze chauffeur snapt niets van onze vragen (“Will you please stop for a moment so that we can go to the toilet” en “Do you know a good restaurant where we can eat tonight?”) en antwoordt steevast met een enthousiast “Yes” op alles wat we vragen. Dat schiet dus ook niet echt op en al snel komen we erachter dat we ons Engels drastisch moeten gaan verlagen naar zijn niveau, hetgeen inhoudt dat we in niet meer dan 3 woorden spreken. Zoiets in de trant van “You Stop toilet” of “Where eat?” Ach ja, we komen er wel uit. En we hebben natuurlijk onze handen en voeten ook nog en daar maken we dan ook dankbaar gebruik van.

Na een tijdje stoppen we voor de lunch. Onze eerste kennismaking met een Egyptisch wegrestaurant is er eentje die ons lang bij zal blijven; een woestijnvariant van de McDrive, maar dan anders. Heel anders. De parkeerplaats bestaat uit met olie besmeurd platgereden zand, de toonbank bestaat uit een paar houten planken en de menukaart bestaat uit de primaire levensbehoeften chips, koeken en cola. De ene helft van het gebouw is ingericht met plastic stoelen die eruit zien alsof ze zo tussen de afvalhopen zijn uitgeplukt, de andere helft van het gebouw dient als geïmproviseerde gebedsnis, waarbij de tapijten eruit zien alsof er heel wat bacteriën en ander gespuis feestvieren. Honden gooien prullenbakken om op zoek naar iets eetbaars – en geen hond natuurlijk die het ook weer opruimt – en op de w.c. kan je beter je ogen dicht doen wil je je maaltijd niet voor de 2de keer langs zien komen. Maar ach, het was Egypte toch?

Uiteindelijk, na een slopende rit van zo’n 6 uur en 365 km meer op de teller (we kunnen de liedjes van Amr Diab al bijna meezingen) komen we aan in de Bahariya-oase, gezandstraald en wel. Vooral de rechterkant van onze auto is zwaar gehavend uit de strijd gekomen; alle lak aan de voorkant van de auto en op de bumper is eraf gestraald door het zand, de nummerplaat is niet meer leesbaar en binnen in de auto ligt een dikke laag stof. Welkom in de meedogenloze woestijn!

Bahariya bestaat uit een aantal kleinere en grotere dorpjes en heeft in totaal 33.000 inwoners. Bawiti is de hoofdstad van de oase, hier zullen wij gaan overnachten in een eenvoudige, maar sfeervolle accomodatie. We dumpen onze spullen en gaan een kijkje nemen in het dorpje. Het valt op dat de oase geen oase is zoals je het zou verwachten. Bij een oase denk je meestal aan een eiland van groene palmen rondom een bron midden in de woestijn, een rustig ingeslapen en stoffig dorpje waar kamelen en ezelkarren gebruikt worden als vervoer en waar bedoeïenen hun tentenkampen hebben opgeslagen. Je verwacht geen chaotisch dorpje met rommelige bebouwing, auto’s die klaarblijkelijk de kamelen en ezels allang hebben vervangen en televisieschotels op de lemen huisjes! En overal is het een drukte van belang; kinderen zeuren om snoepjes, vrouwen gaan haastig en compleet gesluierd over straat (de zogenaamde ‘no face’-vrouwen volgens onze chauffeur) en winkeliers gaan de felle strijd aan om de weinige toeristen die er zijn nu net naar hún winkeltje te lokken. Het dorpje bevat een paar eenvoudige accomodaties voor toeristen, maar er is welgeteld maar één restaurant in het dorp, dat eigenlijk ook maar één maaltijd serveert; een culinair hoogstandje van aardappelen in een rode saus, rijst, bonen, brood en kip, die verdacht veel aandacht krijgt van een aantal vliegen. Hmmm. Hopelijk spoelen de blikjes cola de eventuele bacteriën weg...

 

Vorige dag Volgende dag