Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Maandag 22 december


Oog in oog met de piramides

Vorige dag Volgende dag

Piramidetijd! ’s Ochtends vroeg worden we opgehaald door een chauffeur en een lokale gids van Koning Aap om naar de piramides te gaan. Eerst gaan we op weg naar Saqqara, dat zo’n 30 km ten zuiden van Caïro ligt. In het hart van Saqqara ligt de trappiramide van farao Djoser.

De piramide van Djoser is gebouwd in de 27ste eeuw v. Chr. en is daarmee het oudste, nog bestaande stenen bouwwerk uit de menselijke geschiedenis. Rond 3000 v.Chr. werden de zandheuvels op de graven van de elite omgevormd tot lage, rechthoekige mastaba’s (grafmonumenten) van steen. Eén mastaba boven het graf van de gewaardeerde heerser Djoser was echter niet voldoende en daarom werden er nog vijf mastaba’s bovenop gebouwd; het idee van een piramide was dus geboren. Deze trappiramide was daarmee de eerste piramide en heeft model gestaan voor de later gebouwde piramides, zoals die van Gizeh. De indrukwekkende trappiramide van Djoser torent hoog uit boven de vlakte en we zijn onder de indruk van de gigantische steenhoop die opdoemt tussen de zandheuvels.

Daarna wordt het tijd voor het ‘echte’ werk. Toen wij in Europa nog in berenvellen liepen en met een knots liepen te zwaaien, bouwden de Egyptenaren, met behulp van wiskundige berekeningen, de Piramides van Gizeh. De indruk die de piramides op ons maakt is verpletterend, maar de rust wordt ruw verstoord door het bijbehorende circus van ritten op kamelen en paarden (“You taxi?”), souvenirverkopers (“Only 5 pounds for this little pyramid”) en hardnekkige straatjochies (“Hello, where are you from?”). En dan niet te vergeten, de toeristen, heel veel toeristen. Cheops zou zich omdraaien in zijn graf, al zou hij er nog liggen.

Tot zover de eerste indruk. Nu de tweede. We beginnen bij de piramide van Cheops, de grootste piramide. En hoe groot! Je merkt het pas echt als je aan de voet van de piramide staat, een gigantisch bouwwerk dat zo’n 2 miljoen steenblokken bevat, die gemiddeld 2,5 ton wegen. Sommige stenen aan de basis wegen zelfs 15 ton! Voor zo’n enorm gebouw is de nauwkeurigheid echter verbazingwekkend; het grootste lengteverschil tussen de vier 230 m lange zijden is slechts 4 cm. De bouwmethoden zijn onbekend, maar het moge duidelijk zijn dat dit een fantastische achitectonische prestatie is! Het behoort dan ook niet voor niets bij de zeven wereldwonderen. De positie van de piramides is daarbij ook nog kosmisch verantwoord; de piramide van Cheops staat samen met de piramides van Chefren en Mycerinus op één lijn met de sterren. Dergelijke positioneringen zijn in overeenstemming met de oude Egyptische gedachten dat de ziel van de koning zou opstijgen om zich bij de eeuwige sterren te voegen.

Terwijl we de piramide aandachtig bekijken krijgen we te maken met een ongenode gast; meneer de Wind heeft zin om eens flink huis te houden rondom de piramides en laat de nodige zandstormen ontstaan. De piramides verdwijnen in een laag stof en zand en ademhalen wordt haast onmogelijk, om over het fotograferen maar niet te spreken. Uiteraard moet dit ons natuurlijk weer treffen...

Vervolgens gaan we naar de tweede piramide, die van farao Chefren, en eenmaal uit de auto worden we weer bedolven onder de nodige aandacht van kameeldrijvers en souvenirverkopers. We trekken ons echter niets aan van al het getouwtrek, totdat ik Jamal tegen kom. Jamal heeft bruine krulletjes, een oogopslag waar menig vrouw jaloers op zou zijn en een statig postuur. En hij heeft een grote bult op zijn rug. Jamal is een kameel. Herkauwend kijkt hij met zijn donkerbruine ogen van onder zijn lange wimpers op mij neer. Ondertussen vertelt zijn baasje me hoe ontzettend slim Jamal is hetgeen direct door Jamal bevestigd wordt door op de juiste manier voor de piramide te poseren. Hij lacht er nog net niet bij. Hoe leuk voor een foto... en zo stink ook ik erin. Nadat ik een paar foto’s gemaakt heb, krijg ik een paar knippende vingers onder mijn neus geduwd die maar al te goed aangeven wat er bedoeld wordt; meneer wil ‘baksheesh’ oftewel fooi.

De piramide van farao Chefren is iets kleiner dan die van Cheops, maar heeft nog een intacte top. De top is het enige stuk waarop nog het kalkstenen omhulsel zit dat ooit de drie piramides bedekte. De rest werd verwijderd door de middeleeuwse heersers die het gebruikten voor hun eigen monumenten. De piramide heeft twee aflopende doorgangen die samenkomen en naar een grafkamer leiden. In tegenstelling tot de grafkamer van Cheops, die hoog in de piramide ligt, is die van Chefren uitgegraven in het gesteente onder zijn piramide. Binnen in de piramide, waar het warm, vochtig en benauwd is, is vrij weinig te zien.

Hierna rijden we met onze chauffeur tussen de piramides door (ja, op een heuse asfaltweg) om een totaaloverzicht van de piramides van Cheops, Chefren en Mycerinus te krijgen. Dat Caïro letterlijk bezig is uit zijn voegen te barsten met 20 miljoen mensen, wordt hier maar al te goed duidelijk; de piramides staan te schitteren tegen een achtergrond van lelijke betonnen gebouwen. Nog even en de piramides worden letterlijk verzwolgen door al het beton; de moderne tijd haalt de oudheid met ferme tred in. Hotels, complete woonwijken en moskeeën worden uit de grond gestampt en de Sfinx lijkt wanhopig met zijn uitgestrekte poten te reiken naar de fastfoodrestaurants ertegenover. Jammer.

De Sfinx, het beeld dat een kruising is van een leeuw en – hoogstwaarschijnlijk – farao Chefren, is 20 m hoog en heeft een langgerekt lichaam, langgerekte poten en een vol gezicht. De Sfinx is gedateerd op ongeveer 2500 v.Chr. en is het oudste bekende monumentale beeld. Hij bewaakt de Piramides van Gizeh, de Koninginnenpiramides, de tempels en de graven, maar zijn beveiligingstaak lijkt echter overgenomen te zijn door het Egyptische leger, getuige het grote aantal politiemensen dat op de been is, uitgerust met de meest indrukwekkende machinegeweren.

We lopen wat rond in de omgeving en het stuivende zand rondom de Sfinx en de piramides geeft het geheel een mysterieuze aanblik. Maar als wij na enkele luttele minuten omgetoverd zijn tot een paar stoffige archeologen met het zand tot in ons ondergoed, vinden we het genoeg geweest en laten we ons weer terug naar ons hotel in Caïro brengen waar we de grootste stoffigheid van ons afspoelen.

Vervolgens willen we weer naar Khan Al-Khalili, de bazaar, en houden een taxi aan. Deze blijkt nog aftandser te zijn dan de eerdere taxi’s die we hebben gehad; de bank zakt zover door dat ik nog net niet op de bodemplaat zit en ik durf niet te bewegen uit angst dat ik er straks doorheen ga. Deze auto was ongetwijfeld 20 jaar geleden al ontzettend rijp voor de sloop. Maar goed, we doen het er maar weer mee. Al hortend, stotend en toeterend banen we ons dus een weg door het zenuwslopende verkeer van Caïro, waarbij blijkbaar iedereen als eerste op de plaats van bestemming wil zijn. Onze chauffeur lijkt het daarbij ook bijzonder grappig te vinden (voluptueuze) vrouwen van hun sokken te rijden, om dan vervolgens het woord “elephanti” te schreeuwen, waarna hij in een luid gehinnik en geproest uitbarst. Martijn en ik kijken elkaar aan (in wat voor bizarre situatie zijn we nu weer beland?), maar voordat we iets kunnen zeggen barsten we zelf in lachen uit. Wat een mafketel!

Hotsend en stotend scheuren we even later de Khan Al-Khalili binnen. Pfff, ook weer overleefd. We dolen wat rond door de bazaar en plotseling wordt aan Martijn gevraagd “Is that your wife?”, wijzend op mij. Als Martijn dan vervolgens ja knikt volgt de onvermijdelijke zin “How many camels?”. Tsja.

Daarna wordt er nog een aantal keren “You are a lucky man!” tegen Martijn geroepen, waar ik hem tijdens de rest van de vakantie maar al te vaak aan herinner, en als we het een beetje beu beginnen te worden veroveren we een plaatsje in de door de Lonely Planet aangerade Ahwa (koffiehuis) El Fishawi, waar we doen wat de Egyptenaren zelf ook doen. We bestellen een muntthee en een sheesha (waterpijp). Het koffiehuis, dat al 200 jaar dag en nacht open is, is waarschijnlijk het oudste van Caïro en staat vol met koperen tafeltjes en enorme antieke spiegels. En zo zitten we even later aan een koperen tafeltje vol met theepotjes, suiker en muntblaadjes al lurkend aan onze sheesha met appeltabak en slurpend aan de heerlijke thee... Het is alleen wel aan te raden na drie slokken thee te stoppen, want het kopje bestaat – zoals overal in Egypte – voor minimaal een derde uit drab. Waarschijnlijk wordt het daarom ook geserveerd met een flesje water; mocht je drab binnenkrijgen, kun je het tenminste wegspoelen.

Hierna nemen we een taxi naar het leuke Egyptische restaurantje Abou el-Sid, waar we het sprookje uit Duizend-en-één-nacht binnenstappen. Emeraldgroene antieke lampjes, kleurrijke kussentjes en koloniale meubelen. We bestellen een aantal gerechtjes, waaronder een traditioneel Egyptisch gerecht, kip met Molokhiyya. Ik krijg een verontrustend slijmerig groen goedje voorgeschoteld, Molokhiyya is een spinazie-achtige plant die oorspronkelijk alleen in het Midden-Oosten voorkomt, maar het smaakt allemaal heerlijk. Na afgesloten te hebben met een muntthee lopen we richting ons hotel via de 187 m hoge Cairo Tower. De toren biedt een mooi uitzicht over Caïro en de Nijl met de talloze cruiseschepen en de duizenden lampjes geven aan dat Caïro nog lang niet slaapt...

 

Vorige dag Volgende dag