Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Zondag 21 december


Sightseeing Caïro

Vorige dag Volgende dag

Misschien niet het meest voor de hand liggende om te gaan bekijken als je net gearriveerd bent in Caïro, maar wij hebben besloten een bezoek te brengen aan Brooke Hospital for Animals. Brooke is een stichting die verwaarloosde, zieke en gewonde paarden en ezels behandeld en dat helemaal gratis, omdat de meeste eigenaren niet in staat zijn de medicatie voor hun dier te betalen. Ook zorgt Brooke voor goede voorlichting, zodat eigenaren leren hoe ze problemen kunnen herkennen en hoe ze hun dier beter kunnen verzorgen, waardoor het uiteindelijk beter zijn werk doet. Zo van dier tevreden, baas tevreden.

Brooke bezoekt daarom ook markten en steenbakovens. Met name in deze steenbakovens hebben ezeltjes het erg zwaar. Ze maken vaak hele lange dagen, moeten erg veel stenen sjouwen in de brandende zon en krijgen nauwelijks water en voedsel. Brooke probeert dit te doorbreken en vaak met succes! Eigenaren kiezen steeds meer voor een muildier (die zijn sterker), ze nemen vaak een 2de ezeltje bij om de last te verdelen en er worden schaduwplaatsen gecreëerd. Goed werk!

Vlak voor onze vakantie hebben we dan ook besloten om dit jaar niets voor elkaar met kerst te doen, maar donateur te worden van Brooke. Dit vonden we een mooie kerstgedachte en bovendien wisten we elkaar toch al niets te geven. Wij hebben per slot van rekening niet echt iets nodig, we kunnen zelfs ‘luxe’ vakantie vieren in Egypte. En dus willen we de arme beestjes ter plekke in het land ook steunen, het is voor hen immers nooit vakantie! Vandaar dus ook dat we Brooke willen bezoeken.

Er zijn meerdere Brooke klinieken, bijv. in Alexandrië, Aswan en Luxor, maar de kliniek in Caïro is de oudste. En dus gaan we op weg. In ons hotel laten we het adres in het Arabisch opschrijven en we houden een taxi aan. De chauffeur denkt het adres te weten, althans hij zegt dat hij het weet, maar al gauw raken we verdwaald in een wirwar van smalle achteraf straatjes. Een stukje sightseeing Caïro van de begaande paden af zullen we maar zeggen. Echter, onze chauffeur heeft haast; met 80 km per uur en met zijn ‘Parkinson’-hand op de toeter scheurt hij haast de kleding van de mensen af (die dit overigens de normaalste zaak van de wereld schijnen te vinden). We rijden door vervallen woonwijken, we rijden eenrichtingswegen in van de verkeerde kant, we rijden over zanderige wegen en overal ligt puin, rommel en afval. Overal lijkt de stad uit zijn voegen te barsten, maar de Egyptenaren kijken er niet naar om. Nee, die hebben wel wat beters aan hun hoofd. Hoe zo snel mogelijk van de ene plaats naar de andere plaats te komen, bijvoorbeeld. De straten worden volledig in beslag genomen door ontelbare auto’s, taxi’s (de een nog krakkemikkiger dan de ander), paardenwagens, ezelkarren, en een enkele gek die het aandurft per fiets al bellend op zijn fietsbel zich een weg door het drukke verkeer te banen. We kunnen dan ook twee verkeersregels ontcijferen; 1) elk gaatje op straat moet gevuld worden, en 2) toeteren zo vaak je kunt. Verkeerslichten zijn er wel, maar ach, staan die er niet alleen om wat kleur in de troosteloze, vieze en met smog gevulde straten te brengen...? Ongelooflijk en fascinerend tegelijk.

Dan eindelijk, na voor ons gevoel heel Caïro gezien te hebben, belanden we bij een mooi uitziend gebouw; het Brooke hospital. We worden hartelijk ontvangen door medewerker Ahmed die ons het nodige vertelt over Brooke en ons tevens een rondleiding geeft.

Als we de deur naar de stallen open doen ben ik toch wel enigszins bang voor wat ik aan zal treffen, maar meteen is duidelijk dat Brooke echt goed werk verricht; de ruimte straalt rust uit, elk paard heeft een eigen stal met hooi, vers water en voedsel tot zijn beschikking en ze worden natuurlijk behandeld met medicatie! Bij elke stal laat een verzorger zien wat de verwondingen zijn en Ahmed vertelt het achterliggende verhaal erbij. Veel paarden hebben wonden als gevolg van ongelukken (geen wonder als je het razende, drukke verkeer ziet), maar ook van slecht tuigmateriaal. Sommige wonden zijn echt erg om te zien, maar de paarden hier zijn gelukkig in goede handen.

Vervolgens gaan we naar de kraal, hier mogen de paarden en ezeltjes als ze al weer herstellende zijn vrij rondlopen in het zand, een erg mooi gezicht. Er zijn bakken met vers water en er is voedsel in overvloed. De kliniek moet voor deze dieren haast wel een vakantieresort zijn! Geen zwaar werk, vers water, vers voedsel en verzorging. Des te schrijnender natuurlijk als je weet dat dezelfde ezels en paarden straks weer terug naar de eigenaar gaan en weer zwaar werk moeten verzetten. Nu maar hopen dat de eigenaar geleerd heeft hoe hij zijn dier beter kan verzorgen. Maar ook daar zorgt Brooke dus weer voor.

We lopen wat rond, stellen de nodige vragen en kijken vol bewondering naar de weer opgeknapte dieren die er tevreden uitzien. Een triest ogend ezeltje (ezeltjes kijken altijd zo droevig) rolt in het zand, een teken dat hij zich blij voelt, erg ontroerend.

Buiten de kraal zien we een wachtrij van paarden en ezels die komen drinken bij de waterplaats die Brooke gecreëerd heeft. Er is zelfs een waterbakje voor de kleinere dieren, zoals katten en honden. Hierna nemen we afscheid van de ezels, de paarden en van Ahmed en we verlaten Brooke om de rest van Caïro te gaan bekijken. Maar niet voordat we natuurlijk nog een donatie hebben gedaan! (Wil je meer lezen over Brooke, ga dan naar de Brooke pagina op onze site of ga naar de officiële website van Brooke.)

Vanaf Brooke lopen we een stukje naar een hoofdweg waar we een taxi willen pakken naar de Citadel. Wederom storten we ons in de hectiek van de stad, maar nu te voet. Al gauw blijkt dat het hebben van één paar ogen in Caïro niet voldoende is om een straat over te steken. Maar gelukkig staat er een agent die het verkeer een beetje probeert te regelen. Met nadruk op ‘probeert’ dan. De agent, uitgedost in een indrukwekkend, maar 3 maten te groot uniform en bovendien voorzien van een kapotte helm en schoenen zonder veters, blaast onafgebroken op zijn valse fluit. Tevergeefs. Het verkeer raast vijf-dik over de tweebaans weg en het stoplicht – waarvan zowel het rode als het groene licht brandt – wordt volledig genegeerd. Goed, we zullen dit klusje dus alleen moeten klaren. Zodra onze voeten de stoep verlaten, begint het hink-stap-sprong-oversteekavontuur. Ogen open, verstand op nul, rennen, halverwege stoppen, kijken, doorrennen, slalom en de laatste meters springen. “Level 1 bent u gepasseerd, u kunt door naar level 2.” Op naar het 2de avontuur dus; de taxi.

We vinden al snel een taxi en de chauffeur hanteert blijkbaar nog geen ‘toeristen-zoveel-mogelijk-geld-uit-de-zakken-kloppen’-methode, want als we vragen wat hij voor de taxirit wil hebben, dan schudt hij zijn hoofd en geeft aan dat alles wat we geven goed is. Net wat we kwijt willen. Ehhh???? Dat is toch wel heel anders dan wat we van te voren hebben gelezen over de Egyptenaren, die je doorgaans als wandelende portemonnee zien en overal geld voor willen zien. Raar. Na de rit betalen we de beste man en even later staan we, nog ietwat beduusd, bij de Citadel.

We hebben nog geen 10 meter binnen de poorten van de Citadel afgelegd en we horen “Hello, where are you from?” Zucht. Daar begint het al. Dat geschooi, dat gezeur en continu hetzelfde verhaaltje af moeten draaien. Dat is tenminste wat we hebben gelezen. Wij, bevooroordeeld als we dus zijn, kijken elkaar aan en bereiden ons voor op een irritante menigte die zich op ons stort. Maar dan draaien we ons om en kijken we in het gezicht van een vriendelijke vrouw met een paar kinderen om haar heen. Aarzelend zeggen we “From Holland...” En binnen luttele seconden verschijnt er een glimlach op haar gezicht en zegt ze hartelijk; “Welcome to Egypt!”, waarna ze vervolgens doorloopt.

Daar staan we dan, met het schaamrood op de kaken. Goed, onze vooroordelen over de Egyptenaren moeten we denk ik maar eens behoorlijk gaan bijschaven.

De Citadel is een versterkte burcht die in de 12e eeuw is gebouwd om de stad tegen kruisvaarders te verdedigen. Sindsdien is hier door iedere Egyptische overheerser wel iets bijgebouwd. Het meest in het oog springende bouwwerk is de grote Mohammed Ali-moskee die in de 19e eeuw werd opgetrokken. De moskee is dé grote trekpleister en op onze sokken mogen we de prachtige binnenplaats en de enorme gebedsruimte betreden. Als we weer naar buiten lopen hebben we vanaf de Citadel een spectaculair uitzicht over Caïro, dat zich uitstrekt tot aan de door smog omgeven piramides.

We dwalen wat rondom de moskee en ineens word ik geroepen door een groep jongens. Ze zijn foto’s aan het maken en ik denk dat ze willen vragen of ik een foto van hen samen wil maken. Nee, Lonneke, natuurlijk niet... Ik mag in hoogsteigen persoon met iedere jongen van het groepje op de foto, en dan nog een keer voor het geval de eerste foto’s mislukt zijn. Vervolgens nog een keer in veelvoud met het hele groepje en als de fotosessie eindelijk voorbij is en ik zuchtend bij Martijn aankom, lacht hij zich een breuk. Ha ha, wat een lol.

Daarna nemen we een taxi naar het Egyptisch museum. Deze chauffeur hanteert duidelijk wel de ’toeristen-zoveel-mogelijk-geld-uit-de-zakken-kloppen’-methode, want ook al hebben we voor de rit 20 pond afgesproken, als we bij het museum staan wil hij er ineens 25. Hier treffen we dus zo’n fijne Egyptenaar waar we al zoveel over hadden gelezen. We drukken de man 20 pond in zijn hand en verlaten vervolgens de taxi. Hier zijn wij niet van gediend!

Maar nu het Egyptisch museum. Voordat we bij het museum binnen komen moeten we eerst door een poortje, onze tassen moet door de scan, we moeten weer door een poortje, onze tassen moeten weer door de scan en vervolgens verschijnt er weer een poortje. Tsja, het zal wel ergens goed voor zijn. Eenmaal binnen blijkt het druk te zijn en aangezien we beiden niet zo van de musea zijn, bekijken we alleen het belangrijkste, we ‘vliegen’ langs de rest. Het Egyptisch museum herbergt ’s werelds grootste collectie oude Egyptische voorwerpen, overal waar je kijkt staan beelden, sarcofagen en relikwieën uit duizenden jaren Egyptische geschiedenis. En het belangrijkste is natuurlijk het dodenmasker van Toetanchamon en de attributen die in zijn graf zijn gevonden. Het masker is erg mooi, maar helaas mag er in het Egyptisch museum niet meer gefotografeerd worden, jammer.

Eenmaal verzadigd van zoveel oudheid slaan we er de Lonely Planet op na en kiezen een restaurantje uit niet ver uit de buurt, waar ze overheerlijke kipkebab zouden moeten hebben. Zo gezegd, zo gedaan en even later smikkelen we onze eerste Egyptische maaltijd op.

Daarna nemen we een taxi naar Khan Al-Khalili, een gezellige bazaar die in de Islamitische wijk van Caïro ligt. Khan Al-Khalili is al sinds de Middeleeuwen het bruisende hart van Caïro en is een van de grootste bazaars in het Midden-Oosten. De dichtbevolkte wijk bestaat uit een wirwar van smalle steegjes met winkeltjes vol handelswaar, die doen denken aan 1001 Nacht. Dit is de oosterse bazaar uit fabels, waar gouden, zilveren en koperen waren aanlokkelijk glinsteren in grotachtige winkels en zakken vol exotische specerijen de lucht vullen met hun scherpe geuren. Verkopers proberen hun kleurrijke en kitscherige koopwaar aan voorbijgangers te slijten en er klinkt een aanhoudend geroezemoes van aanprijzingen, onderhandelingen en gespeelde ruzies. De bazaar is dan ook een ware beproeving voor je zintuigen! We slenteren wat door de smalle straatjes en wanen ons in de grot van Aladdin... Deze bazaar, vol glinsterende snuisterijen, heeft absoluut iets magisch.

 

Vorige dag Volgende dag