Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Dinsdag 30 december


Felucca’s, vis en w.c.-perikelen

Vorige dag Volgende dag

Vandaag verlaten we Aswan in stijl. Met onze tassen, een dikke trui aan en een overschot aan goede zin stappen we aan boord van ons vervoermiddel voor de komende dag en nacht; de traditionele felucca, oftewel een primitieve houten zeilboot. De dunne matrasjes, kussens en dekens moeten onze arme zitvlakken beschermen tegen de houten planken die eronder liggen en toiletbezoekjes vergen uitermate acrobatische acties, aangezien de loopplank waar we mee naar de kant moeten komen – er is geen w.c. op een felucca – er eentje is van het type goedkoop schrootje. Een 6dehands schrootje dan ook nog, want het ding is al aan alle kanten opgelapt en verstevigt met de nodige plankjes. Wil je naar de w.c. dan zul je toch eerst wel 2 keer nadenken. Als nadenken niet hoeft, bijv. als je door de vloek van de farao bent getroffen (lees: reizigersdiarree) en je accuut ‘moet’, dan heb je serieus een probleem. Voordat je aan de kant bent, je vervolgens het tandenstoker-schrootje al balanserend hebt overleeft, en dan eindelijk een goed plaatsje uit het oog van de nieuwsgierige Egyptenaren hebt gevonden ben je al een half uur en – hoogstwaarschijnlijk – een volle broek verder. Vette shit dus.

Maar goed, de felucca. We nestelen ons comfortabel op de kussens en de tocht naar Kom Ombo kan beginnen. We hebben de wind tegen en de stroom mee. Rustig kruisen we dus tegen de wind in en al zigzaggend trotseren we de langste rivier ter wereld. Het is wel duidelijk dat we er op deze manier lang over zullen doen en het uitzicht verandert dan ook niet veel, maar desondanks genieten we van de rust, het kabbelende water om ons heen en de Nijl en haar oevers. We doden onze tijd met wat kletsen, in de zon liggen om op te warmen, thee drinken en in de reisboeken lezen en het verbaast me hoe snel de tijd gaat!

Mijn ontspannen houding verandert echter al snel als ik iets nogal verontrustends waarneem. Als we de thee op hebben zie ik vanuit mijn ooghoeken nog net dat de glazen even vluchtig omgespoeld worden in de Nijl, om daarna zonder afgedroogd te zijn geweest weer – als zijnde schone vaat – in de ‘kast’ gezet wordt. DE NIJL, zwaar verontreinigd door industieel afval, kunstmest, drainage van de landbouwgebieden en onverwerkt rioleringswater. Okee… En ik was nog ZO NIET van plan om kennis te maken met de vloek van de farao, maar mijn darmen worden hier ongetwijfeld aardig op de proef gesteld! Goed, waar zijn onze blikjes cola?

Tegen de middag leggen we ergens aan en we maken hier voor het eerst kennis met het lopen over het gammele en zeer flexibele loopplankje, wat op zich al een hele belevenis is. Het plankje buigt helemaal door en het is behoorlijk lastig om je evenwicht te bewaren. Als we dan uiteindelijk zonder problemen de plank hebben overwonnen staan we vervolgens tot onze enkels in de drek. Minpunt voor de aanlegplaats. Vervolgens wordt onze lunch bereid en een van de twee bemanningsleden die onze boot rijk is verdwijnt om even later terug te komen met een rose plastic zakje met daarin iets spartelends. Ik hoop niet dat het is wat ik denk, maar ook Martijn kijkt met argusogen naar het wild bewegende zakje. Vis. Die vis is dan wel erg vers, op vis uit de Nijl zit ik echt niet te wachten. En Martijn die toch al niet zo van vis houdt, al helemaal niet. We vragen dan ook of de vis bedoeld is voor ons diner en als we daar een bevestigend antwoord op krijgen antwoorden we maar dat we liever geen vis eten vanavond.

Na de prima lunch varen we weer verder en het landschap trekt langzaam aan ons voorbij. Dromerig bevaart onze felucca met het grote witte – met talloze lapjes gerepareerde – zeil de machtige rivier. Het lijkt wel of de tijd hier stilgestaan heeft. Vissers in felucca’s, mannen op ezeltjes en kinderen langs de oever van de rivier wuiven enthousiast naar ons, zoals hun voorvaderen dat deden naar de farao’s enkele duizenden jaren geleden. De stilte, het water, de wind en de woestijn zorgen voor een rust en een kalmte die haaks staan op het hectische leven in de steden. Helaas wordt de rust om de zoveel tijd ruw verstoord door de stinkende, herriemakende varende flatgebouwen; de zogeheten cruiseschepen…

Als het langzaam begint te schemeren leggen we aan bij een klein strandje en terwijl wij op zoek gaan naar een geschikte toiletplaats wordt ons eten bereid. Ondanks de primitieve bereidingswijze, het gebruik van Nijlwater en de ongewassen Egyptische handen in het eten smaakt de avondmaaltijd ons verrassend goed. Geen vis dus, maar een heerlijke in olie gebakken vegetarische pasta met een prutje van aardappels, uien en tomaten. Daarna wordt de afwas nog even in de Nijl gedaan, de felucca wordt gepoetst en vervolgens gaan we aan land. Bij het gemaakte kampvuur warmen we ons wat op en ineens zie ik ons schrootje wegdrijven! Paniek en onze kapitein springt in het water om zijn duurzame en waarschijnlijk al jaren meegaande houtje van de ondergang te redden. We zien dat het water van de Nijl behoorlijk gestegen is en de boot ligt nu daardoor dus veel verder van de kant af dan eerder op de avond. Aangezien het water van de Nijl in de ochtend weer daalt, kan de boot niet te dicht bij de kant worden getrokken, we zouden dan immers morgenvroeg vastliggen. Ok, even op een rijtje zetten. De boot kan niet te dicht bij de kant vanwege stijgend en weer dalend waterpijl en ons houtje om op de wal te komen is niet lang genoeg om vaste grond te bereiken. Conclusie; vannacht kunnen we de felucca niet af als we naar de w.c. moeten. Aaarrggh! Dit wetende raak ik er hoe langer hoe meer van overtuigd dat mijn darmen alvast het plan aan het voorbereiden zijn juist vannacht van zich te laten horen.

Als het tijd wordt te gaan slapen hoop ik dus van harte niet naar de w.c. te hoeven. Ik kijk om me heen en zoek vast een noodplek voor het geval dat… Die enige – zeer onaantrekkelijke – optie blijkt dan met de billen overboord te zijn. Jak.

 

Vorige dag Volgende dag