Home  
|
  Welkom  
|
  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  
|
  Film  
|
  Info  
|
  Contact
 

Maandag 29 december


Egyptisch rijden is ook een kunst...

Vorige dag Volgende dag

2.45 uur geeft de wekker aan. Moeizaam komen we ons bed uitgerold om een half uurtje later ‘fris en fruitig’ de auto in te stappen die ons naar Abu Simbel brengt. Je moet er wat voor over hebben, maar later blijkt wel heel veel. We rijden naar het vertrekpunt van het konvooi en eenmaal daar aangekomen sluiten we aan in een lange rij van touringcars, busjes en auto’s, onder het streng bewaakte oog van een grote groep militairen voorzien van de meest imposante machinegeweren en pantserwagens.

Als het 4.00 uur is mogen we in een lange stoet vertrekken en ik heb de naïeve gedachte dat we in een traag tempo in kolonne achter elkaar aan zullen rijden. Niets van dit alles dus. Al snel ontpopt onze chauffeur zich tot een snelheidsduivel eerste klas. Het snelheids-waarschuwingspiepje doet goed zijn best boven onze luid kauwgom smekkende chauffeur te komen; telkens als we harder dan 120 km/uur rijden, en dat doen we de hele route, worden we getrakteerd op een oorstrelend piepjesorkest. Sterker nog, onze chauffeur presteert het om – zonder licht – in het pikkedonker met het slakkengangetje van 160 km/uur op de linkerbaan van de weg blind alle auto’s en bussen voor ons in te halen. Het begin van een dollemansrit door de woestijn is gemaakt. Waarom we in hemelsnaam zonder licht rijden is ons een raadsel, maar als we een poging doen dit aan de chauffeur te vragen dan blijkt dat zijn talenkennis ook al niet verder reikt dan 2 woorden Engels (hoe zit dat toch met chauffeurs en Engels?). En dus zitten we beiden met opgekrulde tenen en vastgeklampt aan de handgreep van de deur ons af te vragen waarom we steeds maar links blijven rijden met tegenliggers op de weg, waarom we rijden zonder licht en waarom we steeds maar auto’s en bussen inhalen. Het worden angstige seconden, minuten, uren. En dan te bedenken dat we zo’n 300 km moeten rijden. En dan ook nog 300 terug.

Om 7.00 uur staan we trillend op onze benen bij Abu Simbel. Nog nooit hebben we zo’n beroerde rit gehad en ik heb spijt als haren op mijn hoofd dat we niet met het vliegtuig zijn gegaan. Man, man, onvoorstelbaar. En tijd om even bij te komen hebben we niet, want om 9.00 uur vertrekt het konvooi weer terug. Dat betekent dat we maar ruim een uurtje bij Abu Simbel hebben, en dus storten we ons in de drukte.

Het archeologische complex Abu Simbel bestaat uit twee enorme stenen Egyptische tempels op de westelijke oever van het Nassermeer. De twee tempels werden uit de bergwand gehakt door Ramses II in de 13e eeuw v.Chr. om zijn Nubische buren onder de indruk te brengen en om zichzelf en zijn koningin Nefertari te eren. In de rotstempel bevonden zich in de grote zuilenhal acht zuilen in de gedaante van Ramses II, elk bijna 10 meter hoog. Behalve de beelden in het inwendige van de tempel, liet Ramses voor de façade vier kolossale beelden van zichzelf maken. Tussen de benen van deze aan weerszijden van de hoofdingang geplaatste beelden staat een aantal kleinere beelden die de moeder van Ramses, diens echtgenote en verscheidene van de 100 kinderen van de farao voorstellen.

De tempels werden verhuisd om ze te redden van het rijzende water van het Nassermeer, het grote stuwmeer dat ontstond na de voltooiing van de Aswandam. Beide tempels werden in grote blokken gezaagd en opnieuw opgebouwd op een locatie die 65 meter hoger lag, en 200 meter verder van de rivier. Hiertoe werd op deze plek een tweetal grote betonnen koepels gebouwd, aan de buitenkant bekleed met natuurlijke steen, waar de tempels in feite in werden geschoven. Ze zien er nu dus nog steeds uit alsof ze uit de rotsen zijn gehouwen.

Het complex is mooi en indrukwekkend en met moeite maken we ons los van de tempels om vervolgens met lood in onze schoenen op zoek te gaan naar onze chauffeur. Het konvooi kan weer beginnen en enkele minuten later scheuren we weer over de linkerbaan (waarom rijden we in hemelsnaam niet gewoon rechts?), halen we alles voor ons in, natuurlijk met de nodige tegenliggers wat steeds maar net goed gaat, en zitten wij weer totaal verkrampt in de auto. Wederom begeleidt door het piepjesorkest. Pogingen om de chauffeur duidelijk te maken wat minder beroerd te rijden stranden keer op keer.

Maar dan ineens gaat hij veel langzamer rijden, wat we in eerste instantie wel prettiger vinden, want we raken de auto’s voor ons kwijt waardoor we ook geen gevaarlijke inhaalmanoeuvres meer uitvoeren. Helaas hebben we te vroeg gejuicht, want even later begint onze chauffeur te slingeren en te zwalken over de weg; hij is klaarblijkelijk slaperig geworden, wat het er dus niet beter op maakt. We proberen een gesprek aan te gaan om hem wat wakker te houden, maar ja dat valt niet mee met iemand die 2 woorden Engels spreekt. Dan zien we iets wat hem ineens rechtop doet laten zitten; er ligt een auto op zijn kop aan de kant van de weg. Goed, hij is wakker. En dan, wonder boven wonder, blijkt hij dan zowaar nog drie extra woorden Engels op voorraad te hebben: “Is no good!

Na weer een vreselijke rit van 3 uur worden we uiteindelijk – heelhuids – bij ons hotel afgeleverd. Als we dit van te voren hadden geweten…

Na van de schrik bekomen te zijn zoeken we een mooi plaatsje in een restaurantje aan de Nijl en we vullen de rest van de dag met eten en drinken, wandelen op de boulevard en struinen langs de kraampjes van de bazaar.

 

Vorige dag Volgende dag