Home  |  Welkom  |  Route  |  Reisverslag  |  Foto's  |  Film  |  Info  |  Contact      

 

    Zuid-Afrika  |  Namibië  |  Botswana  |  Zimbabwe  |  Zuid-Afrika

 


22 augustus
Vic Falls

Helaas de wekker gaat weer, vandaag vertrekken we om 5.30 uur om op tijd bij de grens met Zimbabwe te zijn. We hebben geen bezoek van olifanten gehad op deze camping, erg jammer. Maar zoals al eerder gezegd; dieren zijn nou eenmaal onvoorspelbaar en doen niet wat je het liefste zou willen.

Maar nu Zimbabwe dus. Zimbabwe is de laatste jaren veel in het nieuws geweest door de manier van regeren van Robert Mugabe. Hij is tijdens verkiezingen de enige verkiesbare kandidaat, zorgt dat hijzelf, zijn familie en zijn vrienden goed in de slappe was zitten terwijl het land zelf steeds verder in verval raakt. Hij houdt razzia's in dorpjes waar houten souvenirs worden gesneden, heeft alle blanke boeren het land uit gejaagd, voor benzine staan mensen vaak weken in de rij, elementaire producten als olie, suiker en meel zijn er niet. Het land wat van de blanken is afgenomen ligt al jaren braak omdat Mugabe's vrienden niet weten hoe ze het land moeten bewerken. Inmiddels is landbouwgrond in Zimbabwe schaars, omdat deze totaal niet meer vruchtbaar is wat resulteert in een tekort aan voeding.

Bij de grensposten is het weer druk stempelen en we moeten ongeveer een half uur wachten voordat het visum geregeld is. Als we aan alle formaliteiten voldaan hebben kunnen we Zimbabwe betreden en nog vroeg in de ochtend belanden we in Victoria Falls.

Eerst worden alle activiteiten geregeld wat uiteindelijk maar 1 ding betreft, nl. de waaghalzen die de dag erna gaan proberen de Zambezi te overleven op een opblaasbootje, ook wel raften genoemd. Wij, verstandig als we zijn, hebben thuis al de nodige verhalen gelezen en bronnen geraadpleegd en aan de hand van feiten als schoenen kwijt, helm kwijt, bijna-dood-ervaringen, verhalen van stoere mannen die zeggen het nooooiiiit meer te willen doen en het feit dat de Zambezi nu in het droogste seizoen op zijn wildst is (er stroomt minder water door waardoor de rapids veel heftiger zijn) heeft dat ons doen besluiten niet te gaan raften. En daar komt natuurlijk nog bij dat we beide niet zo van die waterratten zijn en er gewoon niet zo gek veel om geven. In Thailand hebben we ook geraft en hoewel we daar vergeleken bij de Zambezi een vriendelijk stroompje trotseerden vonden we het niet zo heel erg boeiend. Genoeg redenen dus om ons die dag lekker zelf te vermaken en het raften aan ons voorbij te laten gaan.

De twijfelaars in onze groep hakken uiteindelijk ook de knoop door, maar uitspraken als ‘het water zal toch niet koud zijn als je erin valt’ en ‘ALS je erin valt dan zal het wel niet erg zijn, anders biedt Shoestring toch zo’n excursie niet aan’, doen mijn tenen krommen. Hoezo onvoorbereid? Niet ALS je er uit valt, nee, 100% garantie dat je eruit valt! Maar goed, ieder voor zich, maar zeker is wel dat velen van de groep het raften over de Zambezi, die bekend staat als de zwaarste en heftigste raft ter wereld, geweldig onderschatten. Vijftien personen gaan raften, zes personen kiezen wijselijk een andere dagbesteding. Voor ons zal dat een dagje relaxen worden. We overwegen nog even om een gamedrive te doen in Zambia, maar aangezien ons wordt verteld dat we weinig kans maken om katachtigen te zien (jaja, nog steeds op zoek naar een luipaard) zien we hier maar vanaf. Voor ons dus geen excursies, maar uitslapen, souvenirs scoren, lunchen bij het luxe Victoria hotel en de Vic Falls bezoeken!

Na de activiteiten geregeld te hebben legt Elbie uit dat we vooral de plaatselijke Spar eens moeten gaan bekijken en dat als we souvenirs willen kopen het hier ‘the place to be is’. Nouja kopen, ruilen in dit geval.

Zoals aangeraden door Elbie besluiten we eerst de Spar te gaan bekijken en echt, de rekken en schappen in de winkel zijn zo goed als leeg, er is niets te krijgen. Ja, als je op babypoeder, hondenbrokken en wodka kan leven, dan zit je er goed, want dat is zo’n beetje alles wat er in de winkel te krijgen is. Lekkere man die Mugabe!

Daarna spitten we onze tassen nog eens door en gaan we gewapend met een volle zak spullen op weg naar de houtmarkt. We hebben o.a. t-shirts, sokken, een aantal zakjes cup a soup, nieuwe hoofdlampjes, een zaklamp, handdoekjes, zeep, slippers en Martijn zijn Columbia sandalen in de aanbieding. We zijn amper op weg en ik word zowat aangevallen; mijn hoedje is nogal erg gewild. ‘Please Madam, I like your hat, do you want to trade?’ Die had ik dus beter niet op kunnen doen want die wil ik niet kwijt. Dan beginnen ze over mijn Oakley zonnebril. Jaja, ruilen tegen een giraffe zeker? Dacht het niet. Daar kan ik wel 100 giraffen voor kopen! Nou, dit gaat goed. Komen wij hier met onze oude 2dehands rommel aan en waar vallen zij op? Goede dure merken en kwaliteit... Ze zijn niet gek die Zimbabwenezen!

Maar goed, we hebben ons oog laten vallen op een 2 meter lange giraffe. Van te voren natuurlijk al met Elbie over gehad, aangezien we haar en onze medereizigers niet tot last willen zijn met ons gevaarte. Geen probleem volgens Elbie en we moeten er vooral een gaan kopen. De giraffe kan een lekker plaatsje krijgen naast de kluis, onderin de truck zodat niemand er last van heeft. Nou, dat is dan ook weer geregeld en dus starten we onze giraffe-zoektocht. Na de zoveelste giraffe gezien te hebben staan we dan uiteindelijk bij een giraffe waar we allebei meteen verliefd op zijn en dat ziet de verkoper jammer genoeg ook. Hij vraagt een onwerkelijk bedrag van 120 US Dollar voor het beestje en dat vinden we toch veel te veel van het goede. Na een hoop over en weer gehannes komen we uiteindelijk overeen dat we hem mogen hebben voor omgerekend zo’n 25 euro plus bijna de gehele inhoud van onze zak spullen. Vooral de Cup a Soup die wij meestal meenemen op vakantie (voor als je ziek bent) is erg geliefd. Die hadden we dus meer mee moeten nemen! De verkopers stormen als vliegen op stront op ons af, nieuwsgierig wat we nog meer in de aanbieding hebben. Helaas zijn we bijna door onze voorraad heen, we hebben nog een t-shirtje over, maar daar hebben we ook al meteen een gegadigde voor; we mogen voor dat shirtje een giraffe bij hem uitzoeken. Aangezien de groep vast niet zit te wachten op twee van die grote giraffen, kiezen we dit keer maar een kleinere uit en we laten ze grondig inpakken om de kans op beschadiging zo klein mogelijk te maken. Verschepen is helaas niet mogelijk vanuit Zimbabwe en dus zal langnekkie ons de hele verdere rit naar Johannesburg vergezellen.


23 augustus
Relaxen vs. bijna-dood-ervaringen

Tja, mag je een keer ietwat uitslapen... Om 7 uur ben ik al klaarwakker. De raftgroep is aan het ontbijten en enkele minuten later staat Wijnand bij onze tent. Hij geeft ons de sleutels van de truck zodat we straks ook nog een ontbijtje kunnen nemen en de groep vertrekt. Wakker als ik inmiddels ben, sta ik dus ook maar op en ik voel dat het een warme dag gaat worden vandaag.

Er zijn gekookte eieren en spek achter gelaten en we koken water en bakken het spek wat verder uit. Heerlijk! Minder is natuurlijk wel de afwas die we daarna hebben, maar goed met zijn zessen is dat zo opgelost. We spoelen de theedoeken nog even uit, want die zijn vreselijk smerig (wat wordt daar toch mee gedaan?) en ieder gaat zijn eigen gang. Wij gaan even het thuisfront berichten na al dagen bezig te zijn geweest een sms-je te versturen (geen bereik), maar ook de internetverbinding stelt ons geduld aardig op de proef. Daarna gaan we nog even naar de souvenirmarkt voor een klein houten beeldje en dan begeven we ons richting Victoria hotel voor een lekkere lunch.

Er is ons verteld dat we een zandpaadje in moeten en dat we dan vergezeld worden door een bewaker die ons naar het hotel brengt. Dit vanwege criminaliteit, maar ook vanwege de wilde beesten waar je plotseling oog-in-oog mee kan staan. En inderdaad, we vragen de bewaker of dit de weg is naar het Victoria hotel en hij loopt met ons mee. Het is stiekem nog best wel een eindje lopen en enige tijd later ploffen we dan ook, lichtelijk underdressed in onze stevige stappers en afritsbroeken, neer in de comfortabele stoelen. We bestellen een quiche van de dag en je kan wel merken dat dit een duur en luxe hotel is. Overal om je heen grijze muizen (vooral Engelsen) met vreselijke lelijke safarikleding en hoedjes, maar je merkt het ook aan de prijzen; de quiche van ons heeft een diameter van 10 cm voor de prijs van 15 euro! Maar waarschijnlijk betalen we ook voor het uitzicht en dat is dan ook werkelijk fantastisch. We blijven dan ook wat langer dan gepland zitten en we maken beiden even gebruik van het schitterende toilet; wat een verademing na al die bosplaswc’s en de campingfaciliteiten!

Dan wordt het toch wel echt eens tijd voor de watervallen. De Victoria watervallen zijn de grootste watervallen ter wereld. De Victoria Falls zijn zo'n 1700 meter breed en 110 meter hoog en aan het eind van het droge seizoen stroomt er circa 1 miljoen liter water per seconde over de rand, bij hoog water het tienvoudige. De enorme nevelwolken die daarmee gepaard gaan, zijn zichtbaar tot op 80 kilometer afstand.

Livingstone heeft deze watervallen ontdekt. Hij was een avontuurlijke Schot die besloot ontdekkingsreiziger te worden en vertrok naar Afrika. Hij trok noordwaarts, dwars door de Kalahari en zag als eerste Europeaan de Okavango Delta. In 1853 trok hij voor de tweede maal de Afrikaanse binnenlanden in, voor een groot deel per kano over de Zambezi. In 1855 zag hij een mysterieuze wolk boven het landschap hangen, die door de lokale bevolking Mosi oa Tunya, 'de donderende rook', werd genoemd. Livingstone moest toen nog 10 km afleggen, maar werd desondanks verrast door Afrika's grootste waterval. Ternauwernood kon hij zijn kano aanleggen op een eilandje midden in de Zambezi, aan de rand van de waterval. Hij was zo onder de indruk van dit natuurverschijnsel, dat hij de waterval naar de Engelse koningin, Queen Victoria, noemde.

Overigens was Livingstone helemaal niet blij toen hij de watervallen ontdekte. Het enorme obstakel dwarsboomde zijn streven om de Zambezi te gebruiken als transportroute voor handelswaar naar het hart van Afrika. Pas nadat het nieuws van de ontdekking van de watervallen Londen had bereikt en daar een sensatie veroorzaakte, overwon Livingstone zijn teleurstelling en schreef hij de befaamde zinnen: “No-one can imagine the beauty of the view from anything witnessed in England. Scenes so lovely must have been gazed upon by angels in their flight.”

Bij de watervallen is een mooi wandelpad aangelegd met verschillende uitzichtpunten en het geruis van de watervallen komt steeds dichterbij. We hoeven dan ook alleen maar op het geluid af te gaan; een gebulder van jewelste!  Als het geluid echt heel luid is, staan we opeens oog in oog met het eerste deel van de waterval... Een mooie scherpe regenboog maakt het plaatje helemaal af.

Rondom de watervallen is een stukje tropisch woud ontstaan (vandaar de malariamuggen hier), want het is er echt extreem vochtig. Een enkeling heeft hier van tevoren voorzorgsmaatregelen voor genomen en verschijnt bij de watervallen met een grote paraplu. Was voor onze fotoapparatuur misschien ook wel een goed idee geweest. En dan moet je weten dat er nu in deze tijd maar 4% aan water doorheen stroomt van wat er normaal naar beneden stort!

Het rare is dat er hier nergens hekken staan die voorkomen dat mensen over de rand donderen. Het enige wat we tegenkomen is een steen waarop is geschreven; 'Don't go beyond this point; it's slippery', iets waar Martijn (weer zo'n hardnekkige toerist die denkt dat de regels niet voor hem gelden) zich niets van aantrekt.

We lopen naar elk uitzichtpunt en blijkbaar zijn we er precies op het juiste moment van de dag want bijna op elk uitzichtpunt doemt een mooie regenboog op, schitterend! De nevel die regelmatig over ons heen komt zorgt voor een aangename verkoeling op deze hete dag en als we alle punten gehad hebben lopen we weer terug naar het eerste punt, hopend op een nog mooiere regenboog. Helaas, de regenboog staat nu hoger en de kleuren zijn vele malen fletser en dus wordt het tijd om de watervallen te gaan verlaten. We lopen langs schattige wrattenzwijntjes met moddersnuitjes, daarna worden we vergezeld door een groep levendige bavianen en aan het einde van de middag zijn we weer terug bij de campsite.

De raftgroep is zo te zien al terug en we zijn erg benieuwd naar de verhalen. De eerste de beste die we spreken zegt dat het heftig was en dat de ervaringen nogal dubbel waren; er is een raft flink omgeslagen in de meest heftige rapid van het traject en de mensen van die raft zijn er niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. De andere 2 rafts, die wel omgeslagen zijn maar op een minder wild stuk, hebben het wel leuk gevonden. Maar ook zij vonden het heftig. Nou ja, valt nog mee denk ik dan. Totdat we de echte verhalen horen. Even een opsomminkje; jankpartijen, op de rotsen geklapt, niet boven water kunnen komen, snakken naar adem, ondergetrokken worden, bijna-dood-ervaringen (er was er al eentje die afscheid aan het nemen was van haar ouders), apathisch en met ogen wijd open in de raft zitten naderhand, kneusingen, verwondingen en dubbelzien. Tel uit je winst. Uiteindelijk zijn er 2 mensen halverwege uitgestapt, maar er stonden veel meer mensen op het punt om te stoppen. Zij zijn overtuigd met het feit dat ze de zwaarste rapid gehad hadden en zijn toen toch maar verder gegaan. De andere 2 rafts die niet zo heftig zijn omgegaan zijn wel enthousiast, maar zekers te weten dat als zij in diezelfde rapid om waren gegaan dat ze ook wel anders hadden gepraat. Leuk dat raften...

Best zielig hoor, maar een ‘zie je wel’ kan ik maar met moeite onderdrukken. Dit is precies waar wij thuis al over hadden gelezen en wat ons had doen besluiten niet te gaan raften. Verstandige wij...


24 augustus
Wat een luxe!

Vandaag weer een uitslaapdag, want we vertrekken pas om 9.00 uur, wat een luxe! Om ons heen horen we de nodige ‘oe’s’ en ‘aaaah’s’; spierpijn van het raften dus. We verlaten Vic Falls en gaan richting Bulawayo, waar we bij het Matopos NP zullen gaan overnachten. Dit keer geen kamperen, maar we hebben allemaal een eigen lodge! Elbie had gevraagd of er misschien mensen waren die in plaats van te kamperen een lodge wilden hebben (tegen bijbetaling) en ondanks dat het kamperen ons echt nog niet tegenstond is het natuurlijk wel even lekker zo’n huisje. Iedereen kiest dan ook voor de lodges en wel voor beide nachten.

In de namiddag komen we aan bij de lodges, wij krijgen het huisje met de naam 'dassie' en het toeval wil dat als we ons huisje willen betreden er een dassie voor onze deur zit. Maar goed dat we geen huisje met de naam ‘seekoei’ of ‘leeu’ hebben... We bekijken ons huisje en ik moet zeggen; het zijn echt hele lieve kleine huisjes met een balkonnetje en ligstoelen. En, ook niet onbelangrijk, we hebben voor het eerst deze vakantie een eigen badkamertje! Hier kunnen we het wel even volhouden en we strijken dan ook met een fles wijn, chipjes en nootjes neer op ons balkon. Er is geen ander huisje te zien en het lijkt net of we alleen in the middle of nowhere zitten, af en toe komt een vogeltje ons vergezellen of horen we wat apen ritselen in de bomen, heerlijk!

Voor het avondeten moeten we nu wel een eindje lopen, want de lodges liggen best een stuk van de kampeerplaats af, waar Elbie en Wijnand staan met de truck. Het is inmiddels pikkedonker en we hebben niet zo goed opgelet hoe we moeten lopen. Niet erg slim, want het blijkt een waar doolhof te zijn met paadjes en huisjes! We stranden op twee ronddolende medereizigers zonder licht en zij zijn duidelijk blij dat wij (met licht) langskomen. We vinden onze weg, maar erg op mijn gemak voel ik me niet als we rare geluiden horen uit de bosjes. Het geluid van een groot dier, maar waarschijnlijk is het dier verder weg dan het klinkt. Hoop ik. We versnellen onze pas en uiteindelijk voegen we ons bij de rest van de groep.


25 augustus
Close encounter

We gaan weer gamedriven! Dit keer geen ochtend- of avondgamedrive, maar voor het eerst gaan we op een schappelijke tijd weg; 9.30 uur! Jammer genoeg is het ook voor het eerst bewolkt en het zou me niets verbazen als we vandaag ook een spatje regen krijgen. Weer waarschuwt Elbie voor felle kleuren en er zijn er een paar die het wederom presteren om in een felrose trui te verschijnen. Ik, veilig in het zwart en legerprint gestoken, snap dat niet en ik kan me daar dan ook behoorlijk aan ergeren. Gelukkig heeft Elbie nog wat kleren te leen en kunnen we vertrekken.

Matopos National Park (ook wel Matobo genaamd) is een prachtig natuurgebied circa 55 kilometer ten zuiden van Bulawayo. Het gebied is 430 km˛ grooten het park is voornamelijk bekend om haar rotsformaties. Enorme granieten rotsblokken lijken zo in het landschap te zijn neergesmeten.

We gaan Matopos NP in en waar het vandaag het meeste om draait zijn de neushoorns (al hoop ik toch ook nog steeds op een luipaard). We gaan dan ook een gamewalk doen om vlakbij de neushoorns te komen en gewapend met Andy die een flink jachtgeweer bij zich heeft gaan we dan ook op pad. Als eerste verteld Andy dat het lariekoek is dat beesten op felle kleuren afkomen. De meeste dieren kunnen nl. helemaal geen kleuren zien, behalve de aapachtigen. De kleuren die je moet vermijden als je op safari bent zijn wit en zwart. Oeps. Ik ben dus in het zwart vandaag. Lekker dan. Rose is overigens een goede kleur, en daar sta ik dan met mijn mond vol tanden...

Voor de zekerheid leen ik maar het bruine jasje van Martijn als we te voet verder gaan en ook mijn rood met zwarte rugzak blijft in de jeep achter. We lopen door een redelijk open veld in een lang lint achter elkaar en op een afstandje zien we twee neushoorns staan. Het zijn witte neushoorns, de zwarte zijn een stuk lastiger benaderbaar omdat ze veel agressiever zijn. Goed om te weten.

'Die witrenoster word gekenmerk deur 'n breë, plat onderlip en 'n kenmerkende skof. Hulle is grasvreters. Witrenosterbulle is baie territoriaal, en bou duidelike territoriale mishope. Hulle bad graag in modder om hul liggaamstemperatuur te beheer en parasiete in toom te hou. Wanneer bedreig, hardloop die kalf voor die ma. 'n Enkele kleintjie word gebore na 'n draagyd van 16 maande.'

Ik blader nog even door mijn wildlife-boekje; ‘Mocht je worden geconfronteerd met een humeurige neushoorn, dan is het goed te bedenken dat deze beesten zo goed als blind zijn. Komt het beest op je afrennen, blijf dan rustig staan, kijk de neushoorn aan en stap op het laatste moment opzij. Door de grote massa van het beest zal het nog meters door blijven lopen en in die tijd maak je dat je weg komt.' Klinkt aannemelijk.

Maar dan komt Andy weer. Hij zegt dat een neushoorn, ondanks zijn logge voorkomen, direct stil kan staan en binnen notime 180 graden kan draaien. Het tegenovergestelde van wat ons boekje beweert dus. We weten niet wat de waarheid is dus nu maar hopen dat we er tijdens onze rhino-walk niet achter zullen komen...

We lopen gebukt naar de neushoorns toe en als Andy vindt dat we dichtbij genoeg zijn stoppen we. Wat machtig om zo tegenover twee van die logge beesten te staan! Ondanks dat ze vrijwel niets zien lijken ze ons toch aan te kijken, maar ze zijn volkomen op hun gemak, ze gaan er zelfs bij liggen! Een voor een mogen we allemaal nog wat dichterbij kruipen voor een foto en daar maken we dan ook dankbaar gebruik van. Als iedereen zijn plaatje heeft sluipen we weer weg, plaatsmakend voor de rest van onze groep.

We lopen nog wat verder door en zien verschillende planten, uitwerpselen, kruiden, apen en bokjes en daarna lopen we weer terug naar de auto. We gaan ook nog even te voet naar de hippopool (onze gids houdt van wandelen) en net als we er bijna zijn, krijg ik een zwiep van een tak recht in mijn gezicht, met dank aan mijn voorganger. Dacht ik eerst nog dat het een gewone tak was, als ik met mijn vingers over mijn gezicht wrijf voel ik allemaal doorns en heb ik bloed aan mijn handen. Fijn! Ik veeg zelf al wat doorns weg, maar voor de rest loop ik toch even naar Martijn, die vervolgens de rest van de doorns uit mijn wang haalt. Sommige doorns zaten er echt diep in en het bloed dan ook flink als de doorns eruit zijn. Heb ik weer. Ik dep het bloed wat weg en even later is er gelukkig niet veel meer van te zien als een paar korstjes, maar mijn wang voelt aan of er een kudde buffels langs gedenderd is...

Maar wat betreft de hippo’s; ook hier willen de hippo’s hun bekken niet opendoen, ondanks verwoede pogingen van Andy. We lopen daarom maar terug en eenmaal in de jeep deppen we de wondjes nog even met sterilon voor de zekerheid.

Na de lunch rijden we Matopos uit en gaan we een stam/dorpje bezoeken. We worden enthousiast ontvangen (vooral door chief) en we vragen ons af waar onze spullen zijn die we hadden gekocht om aan een dorpje te geven. Die moesten we immers vanochtend uit de truck halen om uit te delen. Onze gidsen zeggen dat zij dat morgen wel zullen doen, maar dat vinden we natuurlijk niet leuk. We willen zelf uitdelen en zelf zien waar onze spullen terecht komen. Het is een beetje een rare situatie en we vragen de gidsen dan ook of we de spullen niet even op kunnen halen om ze dan hier ter plekke uit te delen. De bushpaintings kunnen we dan overslaan, daar is waarschijnlijk toch niet zo heel veel aan. Het is te merken dat onze Andy veel meer op zijn plaats is in de natuur tussen de dieren dan tussen mensen, want hij slaat als een blad aan de boom om. Zijn vriendelijkheid is weg en in plaats daarvan heeft hij een gezicht opgezet als een hyena met kiespijn.

De spullen worden uiteindelijk gehaald en de stam is erg blij met onze aankopen. Aangezien we best veel spullen hadden en niet alles naar 1 dorpje wilden laten gaan, zijn de spullen verdeeld en gaan we nog naar 2 andere dorpjes, waar we helaas niet zo enthousiast worden ontvangen omdat er bijna niemand is.

Achteraf hebben we wel het gevoel dat de spullen niet bij de echt arme mensen terecht zijn gekomen. De dorpjes waar we de spullen gegeven hebben zagen er goed uit en ook de mensen leken goed verzorgd te zijn. Hoe anders waren dan de krotterige woninkjes die we langs de kant van de weg hebben gezien... Nee, echt een goed gevoel van onze gegeven spullen houden we er niet aan over.

Alhoewel we de paintings over zouden slaan krijgen we toch nog een paar bushpaintings te zien, maar ik ben blij dat we de rest niet te zien krijgen. Van dit soort dingen houden wij niet echt (lees: echt niet) en we staan te popelen om weer in de jeeps te springen. Na een kort, maar toch nog te lang, praatje keren we terug bij onze huisjes. Lekker een warme douche, want inmiddels is het best fris geworden. Helaas; blijkbaar is het warme water op. Gevolg; AAAHHH!


Vorige
  Naar boven  Volgende